Mijn

Begijnhof haarlem prostitutie a sexy mom

Woensdag 7st, September 2018 6:45:46 Pm
[BANCHOR] mindy blanke
Stuur een gratis bericht
naar danielyee
Offline
danielyee
  • 20 jaar Vrouw, Centaur
  • IJsselstein, Netherlands
  • Vietnamees(Geavanceerd), Japans(Bekwaamheid), Bengalen(Gemiddeld)
  • Criticus, Trainer
  • ID: 8126166627
  • Vrienden: plett, shaumbranag, h_b007, ttim79
Profiel
Geslacht / Vrouw
Kinderen / 4
Hoogte / 159 cm
Status / Getrouwd
Onderwijs / Eerste
Roken / Ja
Drinken / Ja
Contacten
Naam / Martha
Profiel bekijken: / 8472
Telefoon: / +312144-773-33

Beschrijving:

Geboren: ; woonachtig geweest op de Bakenessergracht Als jongen, geboren op de Bakenessergracht nr. Tussen al de expeditierijders van toen, en met schoolvrienden en buurtvrienden die allen in en rond die buurt woonden. Het was een heerlijke speelruimte. We voetbalden veel op het Begijnhof en in de Appelaarsteeg. Er was toen nog maar één raamprostituee van Gerie Sprokreef.

Als jonge jongen vroegen de prostituees weleens of je een boodschap voor ze wilde doen, dan kreeg je een dubbeltje waar je meteen een snoepje voor kocht. Gerie Sprokreef was een pooier en hij handelde in goud, ringen, horloges enzovoorts. Hij zat ook in de duivensport, maar werd vanwege vals spel geroyeerd. Hij woonde tegenover de Waalsche kerk, hoek Groene Buurt, waar ook een dame van plezier zat.

Het leven speelde in de buurt zich veel af in de kroegen. Naast het huis van Gerie Sprokreef bevond zich het onbewoonbaar verklaarde hoekhuis, alwaar de duivensport werd bedreven. Heel veel mensen in de buurt en rond de buurt hielden postduiven. De duiven werden vrijdags of zaterdags ingekorfd en vervolgens in manden naar het buitenland gebracht met een vrachtwagen.

Op zondagmorgen werden ze gelost. Ook mijn vader en mijn opa en mijn oom hadden postduiven. Wij mochten als kinderen ik heb nog twee zusters nooit zondags in de achtertuin komen, want dan kwamen de duiven terug op de foto boven dit artikel sta ik met mijn opa. Door het lawaai vlogen ze dan misschien niet het hok in.

De kunst was als eerste de duif te klokken registreren. Elke duif had een rubber ringetje om zijn poot en die ging eraf, werd in een koperbusje in de duivenklok gestopt, waarna de tijd werd geregistreerd.

Het gebouw werd alleen in het weekend gebruikt. Op het Begijnhof, bij de ingang van de Waalsche kerk, voetbalden wij altijd. Daar recht tegenover zat Van Riel, een kuiperij. Daar werden houten vaten gemaakt voor bier en wijn en dergelijke, en daar werden dan ijzeren ringen omheen geslagen.

Aan de kant van de kerk woonde de koster Koeman. Zijn ouders hadden een expeditiepakhuis en woonden daarboven - aan de andere kant van de kerk. Links stond een oud hoekhuis, dat was het huis van de opa van mijn vriend Bertje Petrie. De familie Petrie woonden in de Begijnestraat. Zijn broer en zijn zus wonen daar nog. Zijn opa was al overleden en het huis was nu van zijn vader die er naast woonde. In dat hoekhuis speelden wij heel wat af, het was voor ons een rovershol. Nu is het heel mooi gerenoveerd.

Daarnaast stonden vroeger pakhuizen, maar dat hebben wij haast niet meegemaakt, ik heb er slechts een vage herinnering aan. Ome Joop had namelijk een garage- en stallings- en reparatiebedrijf.

Hij lustte graag een borrel en was een hele sterke man. Je kon beter geen ruzie met hem hebben, maar hij was wel altijd in voor een geintje die een ander niet altijd kon waarderen. Verder lopend, in de richting richting van de Janstraat, kwam je in de Begijnesteeg waar twee families, in kleine oude huisjes, woonden.

Daar speelden wij soms mee. Op de andere hoek was het café van Ome Willem, waar ik als kind altijd een flesje kreeg als ik met mijn opa uit de stad kwam N. Het werd onze stamkroeg - nu is het een sexclub. Teruglopend, richting Begijnhof, kwam je langs een nooduitgang van de Begijnhof Kapel, die aan het Begijnhof haar hoofdingang heeft. In die kapel gingen wij als kind zondagsmorgens naar zondagsschool via een ingang aan de Jansstraat, vlak naast het café.

Daarnaast woonde de koster, naast hem woonde Van Riel, de vatenkuiper, vervolgens de Begijnhof Kapel, en daarnaast bevond zich de tuin van de familie Rekman, die een antiekwinkel had in de Janstraat. Het betrof een heel groot gezin met wel 10 kinderen; ze zijn later geëmigreerd naar Canada. Rekman had een tuin die liep van de Janstraat tot aan het Begijnhof - daar staan nu nieuwe appartementen.

We staan nu aan de andere kant van de Waalse kerk, daar waar de vrachtrijders aankwamen: aan de ene kant de kerk en aan de andere kant een rijtje huizen van de Begijntjes.

Naast het laatste huisje van de Begijntjes woonde de familie Linterman met hun zoon Dirk. Daarnaast de familie Koekkoek met hun zoon Henk. Henk zat bij mij op school en was een jeugdvriend. Zijn vader had een bloemenstandplaats op de brug van de Spaarnwouderstraat hoek Burgwal. Hij had een klein pakhuisje tegen de Waalsche kerk aan, recht tegenover hun huis.

Mevrouw Koekkoek is op latere leeftijd op een nare wijze aan haar einde gekomen. Onder het bovenhuis van Koekkoek had je een pakhuis van Koeman Rijlaarsdam en van Linge.

Dat waren expeditiebedrijven die op het Begijnhof waren gevestigd. Op de hoek van Rijlaarsdam en van Linge woonde de familie Bonarius. Hun zoon Rolf was ook een vriend van mij. Ik heb met Rolf de eerste zend-en radioverbinding van zijn huis naar mijn huis gehad, door een draad van zijn slaapkamer naar onze zolder te trekken.

Zo konden wij naar muziek luisteren en met elkaar praten. Later hadden wij in ons huis op de Bakenessergracht in de kelder een installatie waar we ook met schaatsen en tijdens viswedstrijden op de gracht de muziek verzorgden.

Rolf en zijn familie zijn later geëmigreerd - vermoedelijk naar Australië. Tegenover het huis van de familie Bonarius, op de hoek waar nu een prostituee zit, is mijn vader Piet Kramer geboren; later heeft mijn zuster er gewoond.

Lopen we terug naar de Groene Buurt dan krijg je de twee pakhuizen van de familie Groos. De familie Had daar een een expeditie bedrijf; tevens was daar een koffiehuis voor de chauffeurs. Groos woonde daar boven en hun achtertuin grensde aan die van ons op de Bakenessergracht nr. Naast Groos, op de hoek van de Groene Buurt, woonde de familie Splinter. Meneer Splinter had van die grote mandflessen staan met onder andere zoutzuur, bleekwater en ammoniak.

Dat verhandelde hij aan winkels waar het werd doorverkocht. Die grond heeft jarenlang braak gelegen vandaar die naam. Na de Kerst werden er kerstbomen verbrand en we speelde daar. Nu staat er een mooi nieuw huis, maar toen stonden er afbraak en opslagpandjes van de Rekman. Die pandjes zijn toen gesloopt wegens instortingsgevaar. Tegenover het Landje staat een pakhuis waar Joh Enschede zijn opslag had van papier en poederstoffen.

Daarnaast, in de steeg, woonde de familie Verhagen in het bovenhuis, kijkend op de gracht. Verhagen werkte bij Joh. Enschede en het huis was ook in bezit van dat bedrijf. Daartegenover was een groentepakhuis van Jan wij noemden hem Jan Boerekool.

Daarnaast woonde de familie Maarsen; meneer Maarsen was huisschilder. Ook zijn huis vormde de ingang van de steeg en keek uit op de Bakenessergracht. Als jongen ben ik er wel boven geweest. Later is zijn dochter er met haar gezin komen wonen. Teruglopend naar het Begijnhof - naast het pakhuis van de familie Groos is een pakhuisje met ernaast een klein poortje nu is dat afgesloten met een deur ; het is de achteruitgang van de Bakenessergracht nr.

Dat pakhuisje was vroeger een woonhuis waar Ome Hein woonden met zijn vrouw. Er was daar geen water, gas noch licht; het stonk daar altijd. Ik herinner me daar niet meer zoveel van. Als wij vis hadden gevangen brachten wij het naar hun toe en zij bakten het dan weer. Later kwam in dat pakhuis een Italiaan die het gebruikte voor granietbewerking: hij maakte aanrechten, vloeren etcetera.

Ook dat pakhuis grensde aan onze tuin. Verder lopend naar het Goudsmitspleintje was links een pakhuis waar een groenteboer inzat.

Het hoekhuis daarnaast, op Goudsmitspleintje nr. Daarnaast was een muur van de tuinen van de huisjes op het Begijnhof. Ome Jan was een opkoper in oude flessen, potten en glaswerk - deed zolderopruimingen enzovoorts. Hij ventte veel met de bakfiets in Heemstede en Bloemendaal - veelal bij gegoede lui. De oude flessen werden meestal omgespoeld en gedroogd, daarna op kleur en vorm uitgestald in zijn etalage; veel verzamelaars wisten hem te vinden. Ik heb daar veel meegemaakt.

Hij lustte graag een borreltje, maar het was een aardige man. Als jongen van ongeveer 13 jaar ging ik wel met hem mee. Van zijn vrouw kreeg ik wel eens stiekem een sigaretje die ik bij haar boven mocht oproken. Ome Jan hield er ook van om te kaarten om geld. Hij kaartte ook veel met mijn vader en andere buurtbewoners in de kroeg op de hoek Begijnesteeg en Jansstraat.

Link Privacy
Copyright © 2018-2020 befitamersfoort.nl